Dag SEHOS, hallo praktische problemen

Het verlossende woord is eindelijk gegeven. Bijna kreeg ik een hartverzakking toen de zuster vertelde dat het best nog eens kon wezen dat Tyas een nachtje ter observatie zou moeten blijven. Maar dat is gelukkig niet het geval. Tyas mag naar huis. Na de operatie is hij vrijwel meteen wakker, wil spelen, knutselen, eten en drinken. Uitslapen, ho maar…wachten met drinken? Potver. Even rusten? Nee. Misselijk? In geen geval…

Tyas is er net zo klaar voor als wij..let’s go!

Maarja…Let’s go? Met gips vanaf je rechtertenen tot je middel, en van je middel weer terug naar je linkerknie. Als topper nog een stuk hout overdwars, deze lag denk ik nog tussen het puin buiten, maar fungeert prima als ‘handvat’..let’s…go!

Joepie! Laten we dan maar meteen gaan. Alle spullen liggen al in de auto.

Maar..hoe dan.. probleem #1. In een rolstoel kan hij niet rechtop zitten. Overdwars op schoot in de rolstoel? Dragen? Nee, na even denken zijn we eruit. We rijden het hele bed naar beneden. Hoppa, in de lift, door de gang, over de drempel en de parkeerplaats op. De bewaker trekt een wenkbrauw omhoog, maar zegt niks. De stoel in de nieuwe auto AKA ‘Batmobile’ die we ook nog even gekocht hebben deze week staat al helemaal in platte positie. Een kussen zorgt ervoor dat Tyas niet te ver door zakt. Vanuit het bed tillen we hem onhandig in de stoel. We weten niet goed in hoeverre bewegen, dragen en trekken pijn doet of vervelend is. Tyas vindt het ook allemaal erg spannend, en zijn wenkbrauwen kronkelen als wormpjes in allerlei fronsjes heen en weer. Waarempel, de gordel gaat ook nog dicht. We kunnen!

Wat een bevrijdend gevoel, de zonnestralen prikkelen op m’n huid, die heb ik wel gemist. Maar, het feit dat we over dit obstakeltje al een half uur buiten de box moesten denken doet me beseffen dat we er nog lang niet zijn. We zijn dan wel verlost van het SEHOS, maar nog niet van dat 3 kilo wegende blok gips aan Tyas z’n benen. In de auto kunnen we het toch niet laten om de muziek hard te zetten en een soort van mini-feestje te vieren. We gaan naar huihuisss!

Op de oprit staan opa, oma en Odyn al te wachten, samen met wat tranen van blijdschap. We zetten onze logeerbank pontificaal op de porch. Een laken erover en er ontstaat een prima plek voor Tyas om bij ons in de buurt te liggen. De dozen speelgoed in de buurt, een tafeltje ernaast, Tyas erop.

We zijn thuis…reunited and it feels so good.

Maar dan komen de praktische problemen. Hoe naar de wc? Hoe gaan we eten? Hoe gaan we naar school? Past hij wel in z’n bed? Wat als er ‘s nachts iets is? Hoe gaan we hem wassen? Gaat hij het niet ontzettend warm krijgen? Stel je voor dat het gaat jeuken daar binnen..zitten z’n billen niet wat erg klem? Zijn er scherpe randjes aan het gips? Wat hangt daar voor stukje stof uit? Drinken uit een beker is lastig, kun je op je buik liggen? Heb je pijn? Zit alles goed? Etc. etc. etc…

Creatief als we worden bedenken we overal een oplossing voor. Eten en drinken gaat op het tafeltje naast zijn ‘speelbed’, hij kan op zijn buik liggen en het zo naar binnen werken. Alle stukjes stof worden vastgeplakt met het lijmpistool, weggeknipt of afgescheurd. We kopen een soort bakje bij de plaatselijke supermarkt die de vorm heeft van een po en met een pedaalemmerzak creëren we zo een portable wc. Het bed is net breed genoeg en met 2 iPhone en een babyfoon app leggen we een lijntje voor ‘s nachts. Hij ligt onder de plafontfan en blijft zoveel mogelijk uit de zon of in de airco, met zijn hoofd uit het bed hangend was ik zijn haren in een emmer en ga de rest met een washandje te lijf. Tyas klaagt niet over jeuk, pijn of ongemak. Alles is ok. Bikkel!

De volgende dag gaan we naar een medisch verhuurcentrum en huren een volwassenen rolstoel die gedeeltelijk plat kan. Wat een uitkomst, als we ermee thuis komen maakt Tyas zijn eerste ritje. Hij kan er meteen goed mee overweg, duwt de wielen vooruit met zijn armen, stuurt naar links en rechts en is: mobiel!

Dan kunnen we zo ook naar school proberen te gaan, en de komende weken worden er een aantal van probleemoplossend denken, hulp vragen en veel aanklooien. Ik ontdek een nieuw soort respect voor mensen met rolstoelgebonden of gehandicapte kinderen. Wat een gedoe is het met in- en uitladen van rolstoelen, dealen met rolstoelonvriendelijke plekken en tillen, sjouwen en alles aan en bij brengen. Gelukkig zijn Frans en Marij er om te helpen met de normale dingen die ook nog moeten gebeuren. Heel veel vakantie hebben zij ook niet op deze manier, maar wat zijn deze extra handen toch fijn.

Op school zijn de kinderen uit de klas super lief voor Tyas, evenals de topper van een juf. Als hij voor de eerste keer komt lijkt hij wel een celebrity, zoals iedereen in drommen om hem heen staat. Het stuk hout verf ik in gepaste afbeeldingen die met het schoolthema te maken hebben, dan maar iets leuks ervan maken, toch? Ik sta versteld van de vele mensen die op welke manier dan ook hun hulp aanbieden. Je denkt dat je niet zo’n heel groot sociaal vangnet hebt wanneer familie en vrienden 8000km verderop zitten, maar dit is me zo ontzettend meegevallen. Zijn we echt dankbaar voor!

We sukkelen maar door elke dag heen en bedenken overal een oplossing voor, het wordt haast een nieuw soort routine. De weken duren lang, en ik kijk uit naar de datum dat we ook van deze 3 kilo ongemak verlost zullen gaan worden. Tot die tijd gaan we maar verder, en het maakt ‘t allemaal een stuk draaglijker, dat Tyas niet of nauwelijks klaagt, zeurt of vervelend is.

De ‘nieuwe’ auto begeeft het vervolgens ook nog eens, en we kunnen Tyas niet vervoeren in de Samurai, die eigenlijk ook nog niet helemaal in orde is. Frans en Marij moeten weer naar huis, en afscheid nemen is nooit leuk. Ik word dan zelf ziek met een buikgriep, en Tyas is ook niet lekker. Alle shit komt letterlijk los. Soms jank ik liever gewoon even een uur lang, mrs. Nervous Breakdown takes over. Heb ik geen zin meer in het bedenken van een zoveelste oplossing voor een zoveelste probleem. Maar goed. Een huurauto verder, een hoop doktersbezoeken en geld lichter zijn we dan weer mobiel, gezond en gaan we door.

Ik weet niet welke donderwolk ons achtervolgt, maar hij mag wel gauw oplossen en wat zonneschijn brengen. Of een mooie regenboog, met grote pot goud aan het einde ofzo?

1000 potjes Uno

Remco gaat naar huis om wat spullen te halen. Overduidelijk gaan we hier de komende 2 weken logeren en dat gaat niet zonder tandenborstels, verzorgingsspullen en wat entertainment. Daar zitten we dan, ik in de stoel en Tyas in zijn bedje met constructie aan het been. De pijnmedicatie wordt bepaald zodat hij overal zo min mogelijk last van heeft. Er liggen niet veel andere kinderen op het zaaltje. Een ander kleintje, naast ons ligt in zijn bedje rond te kijken. Hij zal de leeftijd van Odyn hebben ongeveer. Er zit geen bezorgde moeder naast hem. Ik krijg een geruststellende foto doorgestuurd van mijn vriendin, waar een blije Odyn over de rand van zijn logeerbedje heen gluurt. Dat doet me goed. Remco heeft wat spullen gebracht en we geven elkaar een dikke zoen, “dag…tot morgen”.

Het is inmiddels al donker, de praktische zaken zoals het plassen en poepen van Tyas, bed verschonen en de regels van de kinderafdeling zijn doorgenomen. Ik krijg een slaapstoel toegewezen, er wordt netjes een laken gebracht en een kussen. Nog wat ongemakkelijk ga ik op de stoel liggen, die bij iedere beweging een enorm gekraak laat horen. Ik piep over het randje en zie een glimpje van Tyas z’n gezicht..het kind is bekaf, zijn gezicht bleekjes. Ik hoop dat we goed slapen, het is in ieder geval belangrijk dat ik stil blijf liggen, want de stoel verraadt iedere beweging met en flinke krak.

Langzaam doezelen we weg, al luister ik nog lang naar het gemummel van Tyas, piepjes in de verte, een tikkende klok, een huilend babietje, en kuchje van het klein jongetje, het kraken van de stoel, het lachen van de zusters. Oh, iemand pakt iets uit een kastje, in een andere ruimte piept alweer een apparaat. Ai, dat babietje kucht wel heel lelijk, er loopt iemand door de gang…door mijn hooft tollen nog lang allerlei oorzaken voor de beenbreuk, en met iedere minuut die voorbij tikt wordt de situatie in m’n hoofd erger en erger. Gauw ophouden maar.

Opeens, als ik net wegdwaal, roept Tyas “MAMA!!” Ik rol gehaast uit de stoel en met dat gekraak is volgens mij de halve afdeling wakker.

Snel pak ik zijn handje. “Wat is er lieverd, mama is hier”

“Niet weg gaan he..”

-Dat nooit-

Ik aai over zijn bol, welke gedachten zullen daar allemaal rond dwalen?

“Liefje, mama blijft de hele nacht hier, kijk maar. Daar in die stoel lig ik..”

Na een paar minuutjes heb ik hem zo ver dat hij weer rustig zijn oogjes sluit, de tegels van de zaal voelen koud aan mijn blote voeten als ik weer terug naar de stoel trippel. Als ik weer op de kraakstoel geïnstalleerd ben kijk ik op de Ipad en zie dat het pas rond 03:00 is. Jezus, wat duren die nachten lang hier..een miljoen tikken van de klok en het is nog pas 03:00.

Op de Messenger staat een berichtje van Remco. Ook hij sliep om 01:00 nog niet. “Ik mis je..” staat er als laatste.

Uur voor uur tel ik onderhand af, totdat de eerste vogels alweer beginnen te fluiten. Ik ben nog nooit zo blij geweest met de zonsopkomst, eindelijk weer wat licht in de tent.

Mijn ogen prikken van vermoeidheid, de zusters komen binnen met medicatie, thermometer en bloeddrukmachine. Het jongetje naast Tyas scharrelt rond in zijn bedje. Door de spijlen trekt hij een laatje open en daar komt een zakje chips uit. Rustig begint hij het op te knabbelen. Mijn ogen vliegen naar de klok. 06:30? Chips?! Apart… Als de zuster het ziet zegt ze er wat van in het Papiaments, het jongetje eet rustig door. Waar is deze mama of papa? Vraag ik me meerdere malen af.

Tyas kijkt me met duffe oogjes aan. “Goeiemorgen schat, fijn geslapen?” vraag ik. Hij knikt, nog even en dan komt het ontbijt. Ik klap de slaapstoel weer in en vouw de lakens op. Van de tafel trek ik een andere stoel en parkeer die naast het bed van Tyas. “Nou, wat zullen we eens gaan doen?” We besluiten een spelletje Uno te doen, dit zal het eerste potje zijn van de velen die zullen volgen.

Via de Ipad praat ik met Remco. We bespreken hoe we gaan afwisselen omdat Odyn niet op de kinderafdeling mag. We bespreken wanneer we hem ophalen van zijn logeerafspraakje of de opvang, en we hebben het over het feit dat de Jeep nu echt steeds slechter start en constant afslaat. Onderweg naar huis heeft Remco gisteren wel 20x stil gestaan. Dit is zo geen doen, waarom nu juist dit in deze situatie. Ik erger me, als er dan iets is, komt ook alles tegelijk lijkt het wel. Via een vriendin legt Remco contact met een jongen die auto’s verhuurt. Hij zal een auto ter beschikking stellen voor een leuk prijsje. In ieder geval zijn we dan alweer mobiel. Een absolute vereiste, want er zullen nog heel wat ritjes heen en weer naar het ziekenhuis plaatsvinden zijn we bang. Ook praten we met oma en opa. Frans en Marij komen over een paar dagen een aantal weken op vakantie. Nouja, ‘vakantie’? Dit was nu niet echt gepland. Het stelt me in ieder geval erg gerust dat er dadelijk een paar extra handen beschikbaar zijn, hulp in alle vormen, een extra voertuig en heel veel extra real-life liefde en knuffels. We zien er naar uit. Liever in een andere setting, maar zeker niet minder welkom.

In al deze roerige gedachten verzonken hoor ik opeens een vrolijke stem. De zon schijnt net een beetje de zaal binnen, maar daar komt nog een ander zonnetje aan. Een vrijwilligster van het Ronad McDonald huis. Ze geeft me na deze onrustige nacht een goed gevoel. Stelt me gerust en toont medeleven. Dat was echt welkom. Remco is inmiddels ook gearriveerd.

Tyas mag eventjes op de Ipad, alleen dan is hij dusdanig geëntertaind dat we de kamer mogen verlaten. In alle andere gevallen schiet hij compleet in paniekmodus. Normaal zou ik hier echt niet intrappen, maar zwak als ik ben gebruik ik de Ipad nu maar snel als ‘Square-Nanny, Hospital style’.

We gaan met haar mee naar de ‘huiskamer’. Er staat een vernevelaar met een fijn geurtje, een geur die ik inmiddels nooit meer ga vergeten. Er is een lekkere zitbank, een keukentje, een koelkast en een eettafel. Wat tijdschriften en een tv. Als ik er binnen loop ontspan ik weer een beetje. Mevrouw vraagt meteen of we een kop koffie willen, een broodje kaas of dat er nog iets is waar ze ons mee van dienst kan zijn. We lijken wel VIP’s. Nog nooit was de dampende kop koffie uit de handen van die aardige mevrouw zo welkom als op deze ochtend. Als de eerste slok door m’n keel heen prikkelt ben ik zo dankbaar. Ik voel weer wat energie terug in mijn lijf stromen.

Er wordt uitgelegd dat ik een sleutel krijg van een een kamertje. Eentje met een douche, een wasbak en een lekker bed. We mogen hier altijd de huiskamer in, om te relaxen, koffie te leuten of tv te kijken. Even een soort van plekje buiten alle ziekenhuissferen om. Ik besef me nu pas wat voor een goed werk ze doen, deze vrijwilligers. Dankbaar neem ik alles aan en we begeven ons weer terug naar de kamer. We zijn er denk ik klaar voor.

We maken ons op voor dag 2 t/m 15: 1000 spelletjes Uno, 87 koppen koffie, 13 onrustige nachten, 12 keer speelkamer avonturen, bezoekjes van lieve vrienden, aardige kadootjes, filmpjes van school, lieve oppasuurtjes van collega’s, middagjes Punda met Odyn om de tijd te doden, tranen van pijn, spanning en verlatingsangst, tranen van geluk bij het verwelkomen van opa en oma, auto-problemen, een nieuwe auto kopen, kadootjes uitpakken van familie, lachen om de Cliniclowns, zorgen, meer zorgen, piepende apparaten, kruipende uren in de nacht, kennismakingen met andere patiënten, nachtelijke avonturen om de rose olifantjes die Tyas van de medicatie gaat zien, spierkrampen, enge dromen, angstzweet, zachte geurende handdoeken van het Ronald McDonaldhuis, lieve woorden van de zusters en vijrwilligers, poepen en plassen in luiers, ziekenhuis eten, heel wat Ipad-uurtjes, Netflix in de nacht en heel wat uurtjes, hangen, zitten en wachten bij het bed.

Kapot, ben ik. Kapot van dit alles na twee lange weken. Maar dan breekt de dag aan dat Tyas in het gips gezet wordt. Dat hij onder narcose mag, er een gipsbroek aangelegd wordt, en dat we dan ein-de-lijk naar huis mogen. Dat ik dan eindelijk van die krakstoel af ben, mijn eigen kussen weer mag ruiken, mijn zachte matras mag voelen in de nacht, samen met de armen van Remco en dat Tyas veilig in zijn eigen bedje mag liggen.

Ik kan niet wachten, en het bordje ‘nuchter blijven’ dat aan Tyas z’n bed geknoopt hangt laat zien dat het bijna zo ver zal zijn.. Dat we zullen zeggen “Dag SEHOS, tot hopelijk nooit meer ziens!”

 

We blijven nog even

Daar zijn we dan. Bij de Eerste Hulp word ik doorverwezen naar de aanmeldbalie. Rij nummer 1. Wachten deel 1. Ik heb er een gruwelijke hekel aan ergens iets te moeten regelen als ik geen enkel idee heb wat de bedoeling is. Maar hey, het moet. De vrouw kijkt me door het glazen gaatje aan en vraagt waar ik voor kom. “ Ik moet denk ik hier een ponsplaatje laten aanmaken?”  Ik vertel het verhaal en ze gaat aan de slag. Natuurlijk zijn er gegevens nodig, gegevens van formulieren die ik uiteraard niet allemaal bij me heb. De wanhoop staat me in de ogen vermoed ik, als ze begint over een geboorteakte of trouwboekje. Sorry hoor, maar ik kom hier met een ambulance en heb dat soort formulieren echt niet altijd standaard in mjin tas zitten. Het is ook al-tijd hetzelfde hier..Ik krijg er nu alweer de schijt van. Ze neemt gelukkig al snel genoegen met zijn ID kaart uit Nederland en dat stelt me meteen gerust. Dan krijg ik een papier in het Papiaments, heel veel tekst en een lijntje waar mijn krabbel op moet. Ik kijk er even een halve minuut naar, gooi m’n hele Papiamentse vocabulaire open maar hiermee kan ik maar 1/17e deel van de hele tekst ontcijferen. Ik vraag vriendelijk wat er eigenlijk staat, voordat ik iets teken dat zegt: “Ja hoor, ik ga akkoord met het afhakken van mijn zoon’s been”.

“Het wil eigenlijk zeggen, SVB verzekering betaalt voor u mevrouw.” OK! Ik ben eens, mijn krabbel krijg je nu meteen. Met de papieren en vers gedrukte ponskaart ga ik terug naar de Eerste Hulp. Remco is inmiddels een wachtkamer ingereden en we wachten op het moment dat er een röntgenfoto gemaakt wordt. De orthopeed die zich erover gaat buigen heet Dr. Booi, zo vernemen we. Daar begint het uren lange hangen, wachten, handje vasthouden, voorhoofdje wrijven, vertellen hoe dapper Tyas is, wat voor een kanjer we hem vinden, of hij nog pijn heeft, en mensen op de hoogte houden via app. Ondertussen komen er af en toe wat medewerkers een beetje informatie geven. Ik ben nog steeds in de veronderstelling van: “Een gipsie en naar huis.”

Totdat medewerkers mondjesmaat de termen ‘operatie’, ‘pinnen’ , ‘tractie’ ,‘lang proces’ en ‘gips niet mogelijk’ laten vallen. Ik krijg het spontaan warm. De foto laat inderdaad een breuk zien. Paf. Compleet doormidden.

Holy.shit.

De orthopeed komt het verlossende antwoord geven, na urenlang gespeculeer, en knoerharde billen van het plastic krukje.

Hij wil niet opereren. Tyas is nog jong. Je loopt risico om het groeiproces te verstoren, infecties, snijden in gezond vel, de natuur zijn werk laten doen. Ik ben het meteen eens met ‘niet snijden’ . Laat die messen maar uit het vel van m’n zoon. Maar dat betekent, dat er nu een plekje klaargemaakt gaat worden op de kinderafdeling.

Hij moet blijven. BAM. “Gipsie en naar huis” ..

We moeten door naar de gipskamer. Daar zal een stellage gemaakt worden, Tyas moet in tractie. Dat is eigenlijk het langzaam ‘zetten’ van het bot dmv het trekken aan het been met een gewicht. Om Tyas z’n onderbeen wordt verband gezet, en hieraan komt een stukje plastic met touw. Een hele constructie, SEHOS houdt van constructies. Er komt ergens een ijzeren stellage vandaan, daar wordt verband om gedraaid en Tyas z’n been wordt erop gelegd. Tyas is inmiddels gedrogeerd met allerlei pijnmedicatie en ziet rose olifantjes, zegt rare dingen en is helemaal van het wappie. Ik laat alles maar over me heenkomen, totdat ik ergens “twee weken” hoor vallen. Twee..weken? Twee weken in dit ziekenhuis? Die tractie is de betere optie, maar wel de langdurige.. Hoopjes geduld zullen we bijeen moeten schrapen. Nadat alle constructies geplaatst zijn en de papieren geregeld voor de kinderafdeling gaan we dan maar op weg. Sufjes loop ik achter het bedje aan, door gangen die ik straks nooit meer ga onthouden; ieder kapot raampje, afgebladderde shutter, barsten in glas, afzetlint en vieze vlekken op de muren in me opnemend.

Totdat we bij de afdeling komen, waar alles net even iets minder dof, vies en smoezelig is. De muren zijn beschilderd met een blauwe lucht, vriendelijk wolkjes en luchtballonnen. Het eerste dat Tyas zegt is: “De muren vind ik wel mooi mama”.

Nou, dat stelt een mama gerust, er is ‘iets’ mooi in deze teringzooi.

Nou daar zitten we dan, de zusters zijn heel vriendelijk, en ik denk dat ik het woord ‘judo’ inmiddels al 700x heb uitegsproken, wanneer mensen vragen hoe het komt. Een zuster vroeg zelfs “van hoeveel meter hij naar beneden was gevallen?” Uhm..35 cm.  op een zachte judomat. Nee, ik snap het ook niet. Niemand niet.

Bovenal was Tyas eigenlijk een ontzettende bikkel. Hij heeft maar een paar tranen gelaten, en zag in ieder geval nog iets moois in het geheel. Ook bij Remco stond mr. Calm nog rustig aan zijn zijde.

De enige die instortte terwijl ze onhandig boven de bruingevlekte, urineriekende, wcpapierloze, afgebladderde, tegeltjes afbrokkelende, bezoekerswc hing, was ik zelf. Ik kon het prikken van de tranen achter mijn ogen en brok in mijn keel niet meer tegenhouden, en liet het allemaal maar gewoon gaan. Wat een ouwe taart ben jij SEHOS, en hier moet mijn knulletje twee weken liggen? Zomaar door een uurtje judoles? Waar zijn we nu toch weer in terecht gekomen?? Na een flinke klets water uit de verroeste kraan was ook mrs. Nervous Breakdown weer tot kalmeren gebracht en ging ik met frisse moed weer terug naar onze mooie luchtballonnenkamer,met  mrs. Calm&Controlled aan mijn zijde.

Op m’n vrolijkst pak ik Tyas z’n handje en zeg: “Nou lieverd, dit wordt dan een spannende logeerpartij”.

Mrs. Nervous Breakdown stond nog om een hoekje te loeren..

rontgen

ziekenhuis

Hallo SEHOS, aangenaam

Maart 2016.

Ik spreek met een vriendin af dat om de week onze jongens na school bij elkaar spelen, en we ze daarna naar de judoles brengen. Dat scheelt  een hoop heen en weer rijden, en aangezien de judoles op de marinebasis plaatsvindt, voor mij een hoop aanmeldings- en veiligheidsprocedures. Ik zit dus lekker thuis na school wanneer opeens de telefoon gaat.

Remco neemt op, hij luistert aandachtig. Ik zie z’n gezicht vertrekken. Met serieuze blik zegt hij: “Wat? Gebroken?”

Bij dat woord vliegen de rillingen al langs m’n ruggengraat naar boven. Dan komt er nog eens achteraan  “Z’n bovenbeen?! Ok, we komen er meteen aan”.

 

“Pak je spullen schat, Tyas ligt op de judomat met waarschijnlijk een gebroken been”

 

…..Ohw shit…

 

Bij Remco beginnen er direct allerlei emoties los te komen,  en een van de eersten is woede. Hoe kan dit?! Hoe is dit mogelijk? Wie heeft er wat verkeerd gedaan, enzovoorts. Ik besluit maar rustig te blijven, want misschien is het niet gebroken, misschien valt het allemaal wel reuze mee, en met kwaad worden genezen we geen benen.

Ik ben me meer druk aan het maken over het feit dat ik niet bij hem was, dat en ik nu niet zijn trillende handje kan vasthouden. Bij mij komt mrs. Guilty om de hoek, bij Remco is mr. Mad nog steeds aan het huishouden.

Snel stappen we in de auto en scheuren naar de marinebasis. Daar aangekomen maak ik me in de auto al klaar voor de veiligheidsprocdure, het aanmelden, naam achterlaten, inleveren van mijn ID etc. Maar daar is gelukkig al gecomuniceerd. Door het raampje wordt geroepen: “Naar dat jongetje van de judo? Ga maar, ga maar snel!” Ik spring de auto weer in en we mogen direct doorrijden.

 

Als we het gebouw binnenkomen ligt hij daar, arme drommel..gelukkig houdt mijn vriendin zijn handje vast zoals ik dat ook gedaan zou hebben. Hij is stilletjes, beentje omhoog op een stootkussen van de zaal. Er is een arts aanwezig die uitlegt dat aan de stand van zijn beentje te zien en de zwelling die er zit, het toch echt waarschijnlijk gebroken is. Ik ben blij dat vanuit alle plekken waar je iets zou kunnen breken, het daar is gebeurd, want deze vriendelijke man weet waar hij het over heeft. Er staat een grote koffer met allerlei spullen om het zo draaglijk mogelijk te maken voor Tyas. De judoleraar en -lerares hangen er ook verslagen bij. Remco is gelukkig meteen gekalmeerd als ze aan de praat raken, mr. Mad druipt langzaam af en maakt plaats voor mr. Calm.

We bespreken even hoe we Tyas moeten vervoeren, want overduidelijk gaan wij vandaag kennis maken met SEHOS. De Eerste Hulp afdeling en de gipskamer van het ziekenhuis van Curaçao gaan wij vandaag ontmoeten.

Altijd als ik langs dat gebouw kwam hoopte ik nooit kennis te hoeven maken met deze ietwat viezige, smoezelige, oude krakkemikkge dame. Helaas moet het vandaag dan toch gebeuren.

We komen tot de conclusie, dat het vervoeren van Tyas in onze Samurai geen optie is, en besluiten de ambulance te laten komen. Bij iedere beweging kermt Tyas het uit van de pijn, dus eventjes opvouwen en achterin de jeep leggen gaat ‘m echt niet worden. De ambulance wordt gebeld en alles wordt voor ons geregeld. M’n vriendin biedt aan om Odyn zo lang mee te nemen naar huis tot we terug zijn. We vermoeden met z’n allen dat ‘t nog wel eens een poosje zou kunnen gaan duren voordat wij onze eigen deurmat weer gaan zien.

Ik neem dankbaar haar aanbod aan, en ook haar telefoon, omdat die van ons met een kapotte accu nog geen 5 minuten zonder lader kan. Het is handig toch nog enig contact te kunnen hebben met de wereld buiten het SEHOS en ik ben dankbaar dat ze haar telefoon aan ons afstaat. Tyas krijgt een spuitje met wat pijnstillers om voor te bereiden op het bewegen dat komen gaat.

Daar komt ze dan, de kauwgumknauwende ‘Judeska’ van de ambulance,ze fluit binnen een paar seconden nog even mr. Mad terug om de hoek bij Remco, door te vragen \

“Hoe we het willen doen, met deze kleine jongen?”.

 

“Nou, ik weet niet hoor, maar jullie zijn hier toch de expert…ik verwacht wel een beetje expertise van je, ga je nu aan ons vragen wat we moeten doen?!” snauwt hij vinnig.

Ik ben het met hem eens. Wat een mens.

Ze maakt samen met de arts van de basis dan toch maar een plan. Tyas op de brancard en  beneden bij de trap over naar het bed voor de ambulance.

Odyn gaat met kusjes en een vrolijk vooruitzicht op een logerpartijtje mee met mijn vriendin en haar kinderen, dikke knuffels voor Odyn en ik plant nog wat kusjes op Tyas z’n voorhoofd.

We maken ons klaar voor onze ontmoeting met SEHOS. Er springt een knoop in mijn buik als ik het bed van Tyas in de ambulance vast hoor klikken en ik m’n gordel om doe, terwijl ik naar de waterige oogjes van Tyas kijk. Langzaam hobbelen we van het terrein af, en Remco tuft achter ons aan in de Samurai. De Samurai die trouwens na jaren van goede dienst ook wat haperingen begint te vertonen, we zijn blij dat het jeepje zich nu sterk houdt, en niet al sputterend nog meer problemen veroorzaakt.

 

De rit lijkt eeuwig te duren, de chauffeur rijdt dan ook heel langzaam om niet teveel trillingen te veroorzaken voor Tyas zijn beentje. Ieder hobbeltje zorgt voor een pijnlijk fronsje op Tyas z’n voorhoofd, dus ik ben blij dat deze beste man de meeste gaten en bulten van de Curaçaose wegen weet te ontwijken. Ondertussen probeer ik Tyas te interesseren voor al het apparatuur dat in de wagen hangt. Dat vindt hij wel cool, en terwijl ik wat papierwerk moet gaan invullen kijkt Tyas met grote ogen rond.

 

Ondertussen stapelen bij mij de zorgen in rap tempo op. Terwijl ik met de pen over het papier ga, schieten m’n gedachten alle kanten op. Hoe zou het gebroken zijn? Scheurtje, doormidden? Is het heel ernstig? Hoe kan het dat dat beentje op onverklaarbare wijze *knak* zei? Zijn z’n botten wel in orde dan? Heeft hij niet iets dieperliggenders? Hoe lang gaat het allemaal duren zometeen? Zijn er in het SEHOS ook urenlange wachtrijen? Oh…en hoe zijn we eigenlijk verzekerd? Zou deze ambulancerit verzekerd zijn? Oh my god..dadelijk krijgen we hier een rekening van, wat zou dit kosten? 2000 gulden? Hoe zit het eigenlijk met de zorg hier? Zou het vies zijn daar? Zou het warm zijn? Hebben ze wel airco? Mag ik er wel bij zijn? Hoe gipsen ze zoiets in? Het duizelt me aan alle kanten. Ik probeer de storm te kalmeren door te herhalen in m’n hoofd: “Ach, foto’tje maken, zetten, gipsie erom en mee naar huis”.

 

De ambulance komt intussen bij het terrein van het ziekenhuis aan. SEHOS, die ouwe knakker, verwelkomt ons niet heel erg vriendelijk. Via een onverharde weg langs het gebouw af, over een zandberg en langs allerlei puin moeten we naar haar Eerste Hulp. Dit is al niet echt een lekker visitekaartje. Naast het huidige ziekenhuis wordt een splinternieuw ziekenhuis gebouwd, dus deze bergen puin, graafmachines en allerlei andere rommel ligt hier nu gewoon in de route van de ambulance. Ik zeg nog tegen de ambulanceJudeska dat het wel een doolhof lijkt, en dat als iemand een hartaanval heeft hij volgens mij al 3x overleden is voordat je überhaupt bij de ingang bent. Ze reageert daar niet echt op en zegt alleen maar: “Tja, ze bouwen hè..”

 

Tja..

 

Piepend in de achteruit gaat de deur van de ambulance richting de ingang van het SEHOS. Remco komt al aangesneld en heeft onze auto op het parkeerterrein gezet. We worden naar buiten gereden en verwezen naar de ingang.

Nou, daar gaan we dan.

Hallo SEHOS, oude dame. (niet zo) Aangenaam..ambulance

Willen-koekjes

Ik weet het zeker. Na deze ochtend ben ik echt allergisch geworden voor vier woorden:
ik.wil. en jij.moet.
Die kinderen van mij weten precies hoe ze me helemaal gek moeten krijgen, en dat is veelvuldig deze vier woorden op mij afvuren. Liefst een magazijn van 80 patronen binnen 1 minuut.
Ik wil een boterham
Ik wil chocopastaaaahh
Ik wil een filmpje
Ik wil toch smeerkaas
Ik wil chocomelk
Ik wil toch appelsap
Ik wil in mijn stoel
Ik wil naast mama zitten
Ik wil de iPad
Ik wil de treinbaan
Ik wil jouw muesliii
Ik wil yoghurt
Ik wil niet eten
Je moet mijn billen afvegen
Je moet de chocomelk nu halen
Je moet een filmpje opzetten
Je moet nu appelsap halen
Ik wil een andere bekerrr
Ik wil niet dit bordje
Je moet me optillen
Je moet me helpen
Ik wil hier staan
Ik wil..
Je moet..
Ik wil nog…
Je moet nu…

Aaarrgghh! Na 100x de verbeterde versie ‘mag ik alsjeblieft… en kun je alsjeblieft … mama? herhaald te hebben, en de ‘wil’ en ‘moet’ boodschappen zoveel mogelijk te negeren weet ik het niet meer. Praten we misschien zelf veel in wil- en moet-vorm?
Niet naar mijn weten. Je kind is een reflectie van jezelf toch? Nou, geen idee.
Als ik na een ‘willetje’ niet meteen in actie kom schiet vooral de jongste in de zanik-modus. Met drammerige stem wordt dan de rest van de boodschap gemeld: “fiihillllmmmpieeeeee” met geacteerde snikken en geplak aan mijn been. Reageer ik dan nóg niet adequaat genoeg, omdat ik de woedeborrels van binnen aan het sussen ben: pats! Komen de vijf vingertjes en het vlakke minihandje met een klets op mijn blote dijbeen terecht. Man, mijn irritatiepan borrelt dan echt over hoor. Ik kan nog net rustig “stop met slaan” zeggen, maar als het handje dan op mijn arm kletst vind ik het genoeg.

“Ga maar even op je kamer zeuren zeg!” en nee, dat komt er niet rustig uit. Dat schreeuw ik, en als hij al tegenspartelend ook nog met zijn hoofd tegen de deurpost stoot en ik hem bijna in zijn oog prik omdat ik hem van mijn been af wil pellen, zakt mijn pedagogische zelfverzekerdheid tot een dieptepunt. Ik wilde hem echt geen pijn doen.
Zucht.
Van achter de dichte deur klinkt een hard gekrijs.
De oudste kijkt beteuterd..gezellig weer.
Tja, “willen-koekjes worden hier niet gebakken” snauw ik.

Van achter de slaapkamerdeur klinkt: “IK WIL een KOEKJE!!”

…Hoe doe ik dit, super-peutermoeders?!

image

Wolkendek

Afbeelding

Het is maandag 8 uur ’s morgens, en ik plons m’n zwembad in. Heerlijk, even afkoelen. Lang geleden dat ik dat deed. Dat is eigenlijk van de zotte, want het weer is momenteel bloedheet.
Ik slaak een kreetje van de kou, en begroet het het ochtendzonnetje, nu hij nog niet verstikkend heet is. Odyn springt er na wat aanmoediging ook bij. Ik ga een paar baantjes trekken met hem op m’n rug, we spetteren lekker en horen de vogels fluiten. Ik heb het fijn, ik geniet er van!

Maar stel je voor dat er een dik wolkenveld voor m’n zonnetje schuift. Alles koud en kil wordt. Dat ik de vogels niet meer zie, geen zin meer heb om te zwemmen, geen zin meer om te spetteren, lachen, ’s morgens op te staan. Er is altijd zo’n dikke donderwolk.
Ik weet niet zo goed wat ik zou doen. Verschillende mensen in m’n omgeving hebben last van zo’n wolkendek. Soms praat ik met ze, en lijkt er een zonnetje door te piepen. Maar, andere keren stormt het. Dan is het koud en kil. Zij hebben zelf geen invloed op het weer, net zoals wij iedere dag ons gordijn open moeten doen om zeker te weten hoe de hemel erbij staat.
Dat vind ik best lastig, ik zou graag bij hun een zonnetje willen laten schijnen zoals het hier doet. En begrijp me niet verkeerd, ook ik heb wel eens last van een flinke donderbui, maar bij mij klaart het op.
Vanaf een schermpje geef ik geregeld een knuffel en een zoen, kon ik nou maar echt iets doen. Ik weet niet hoe het is, ik heb er geen ervaring mee. Maar ik denk wel dat het moeilijk is, dat iets buíten je invloed om je stemming bepaalt. En dat nog niet iedereen dat goed snapt. Dat mensen tegen je zeggen “joh, doe gewoon eens wat vrolijker!”.
Dat dat hetzelfde is als tegen een diabetespatient te zeggen: “joh, maak toch gewoon eens wat meer insuline!”.

Vanaf de andere kant van de oceaan in mijn eigen zonnetje kijk ik toe hoe ze die wolk met zich mee moeten slepen. Het voelt dan zo ver weg. Ik hoop dat ik het voldoende snap. Dat ik af en toe voor hen een zonnestraaltje kan zijn, en wens dat ze snel een flinke goede paraplu aangereikt krijgen. Ik hou door alle wolken heen gewoon ontzettend van ze, en wens ze kracht om de storm te trotseren.
Liefs..

20140118-175635.jpg

 

Kinderfiasco-uh-feestje

Verjaardagen, het is nooit zo mijn ding. Dat verplichte ‘bij elkaar zitten’ om een levensjaar te vieren. Voor mij hoeft het niet zo. Remco was altijd degene die heel de familie optrommelde, kratten bier en flessen drank insloeg en een uiteindelijk supergezellige avond organiseerde. Hartstikke leuk hoor, achteraf. Maar nu we hier wonen vind ik het eigenlijk ook wel lekker rustig.
Dan de feestjes van de kinderen, dat vind ik al leuker. De feesthoed knutselen, mooie taarten maken met mijn moeder en zus. Slingers,ballonnen, die verwonderde blije koppies. De eerste levensjaar-mijlpaal vieren met een pruttelende dreumes en een meptaartje.
De tweede en derde verjaardag hetzelfde verhaal. Op de vierde verjaardag mag je even slikken want dan zijn ze officieel “kleuter”. Gaan ze naar de basisschool, nieuwe fase.
Maar dan, komen de ‘basisschool-kinderfeestjes’, uitnodigingen, feesthoed, trakteren in de klas. Helemaal nieuw in deze materie ontving ik een aantal uitnodigingen van Tyas z’n klasgenootjes en vriendjes.
Eentje vond ik in zijn tasje een aantal dagen ná het feestje. Lekker oplettende moeder ben ik ook. Bij een andere uitnodiging wist ik niet of ik Tyas nou kon afzetten, wegwezen en dan weer ophalen, of dat ik erbij zou moeten blijven? Dan moet ik socializen met andere schoolvader- en moeders, ik ben daar niet zo goed in. Wat moet je zo’n klasgenootje voor kadootje geven?! Meer stress voor mij dan voor Tyas, ik heb er de ballen verstand van allemaal. En dan zijn de Antilliaanse gebruiken ook nog verschillend van de Nederlandse. Met weemoed denk ik dan terug aan mijn eigen uitnodigingen: ‘neem je zwemspullen mee’ en ‘je wordt thuisgebracht’. Nou hier wordt er helemaal niks thuisgebracht, want dan rij je het hele eiland rond, en zwemspullen? Duh, stándaard.
Maar ok, volgende week is Tyas aan de beurt. De schoolvakanties zijn nu al begonnen, dus daar kwam het eerste dilemma al. Wanneer mag hij dan trakteren? Een verjaardagshoed van school, de lieve juf die samen met de klasgenootjes een liedje zingt. Bij mij in de klas gingen de zomerkinderen massaal vlak voor de vakantie hun verjaardag vieren.
Goed idee, dat doen wij ook. De week voor de vakantie mocht Tyas dus trakteren.
Op donderdag viel het, zijn vervroegde ‘schoolverjaardag’. Op Pinterest liet ik allerlei traktaties de revue passeren en vroeg aan Tyas welke hij zou willen uitdelen. Zijn oog viel op stukjes banaan op een ijsstokje, gedipt in chocolade met sprinkles. Geweldig! Een beetje gezond, een beetje lekker en een beetje simpel.
Remco zou die dag vrij zijn, dus na het halen van de bananen, stokjes, chocolade en sprinkles op dinsdag hadden we nog een dag voor de voorbereidingen. Ik versierde een dienblad met de slinger die hij speciaal uitzocht en twee stukken watermeloen in zilverfolie om de stokjes in de prikken. Vroeger gebruikten onze moeders een grote aardappel, dat weet ik nog wel. Wij maken natuurlijk de tropische variant.
Op woensdagavond staat alles klaar, alleen de stukjes banaan nog.
Half 10 volgende ochtend moet het op school zijn. Omdat we de banaantjes lekker vers willen houden gaat Remco ’s morgens aan de slag en komt het dan naar school brengen. Dat ging vroeger bij ons ook zo. Perfect geregeld! Ik ga vrolijk naar mijn werk.
Rond een uur of 9 komt mijn collega van de administratie aangelopen. Belangrijk om te zeggen is dat de locatie van die collega achter in de straat ligt, en dus een behoorlijk eind stiefelen door de snikhete zon is. Ze komen niet voor elk wissewasje.
“Ik heb een boodschap voor jou..” zegt ze ernstig. Ik schrik een beetje, er zal toch niks vreselijks gebeurd zijn?
“Jouw man belde ons, hij heeft de traktatie verpest. Hij probeert je te bereiken maar dat lukt niet.”
Tja, ik zit tijdens mijn werk niet op mijn telefoon maar ik pak hem nu toch even. Ik kijk, en moet ook wel een beetje lachen.
We voeren de volgende conversatie:

image

 

Dikke paniek thuis, de choco blijft niet plakken. Ik gniffel met Mirthe over deze Pinterest-fail. Ik stel me de ravage voor in de keuken. Alles met chocolade besmeurd, schattige rode, groene, gele sprinkles op het bezwete voorhoofd van Remco geplakt, het gevloek, gedonder en geprakte bananen in de gootsteen gekwakt.

Niet veel later komt hij aangerend, met prachtig dienblad, en lege stokjes. In de keuken pakken we de cake van de juffendag en flansen binnen 10 minuten de traktatie in elkaar.

Not so perfect after all. Maar beter dan niets. Als een simpele traktatie al zo uit de hand loopt. Zijn we dan wel geschikt voor het organiseren van een kinderfeestje?
Ik durf niet meer. Een paar dagen na Tyas z’n verjaardag vliegen we naar Nederland. Ik stel deze kinderfiasco-organisatie dus nog maar eventjes uit. We vieren het in Nederland, met familie en vrienden, veel binnenspeeltuinen en andere gelegenheden die ons kunnen ondersteunen om er iets moois voor hem van te maken. Eerst even een generale repetitie, dan doen we het volgend jaar met schoolvriendjes, vlak voor de vakantie, Curaçao style, perfect geregeld natuurlijk.

image

Ode aan m’n lief

4 mei, de dag van dodenherdenking. Ik weet het nog goed. Een week eerder kreeg ik opeens telefoon van mijn moeder. “Er ligt hier een hele grote bos bloemen voor jou, ik zou snel naar huis komen als ik jou was”. Vol verbazing las ik het kaartje met als afzender ‘Remco’.
Remco, mijn trommelmeester. Die ‘oudere’ jongen, die ons jonge frutsemutsjes moest leren trommelen zodat we mee konden lopen in optochten met een nieuw opgericht Schutterij-groepje.
Of, zodat we op momenten als dodenherdenking ons enigszins muzikaal konden presenteren bij het dorpsmomument en daar als groep plechtig konden stilstaan bij gebeurtenissen in een ver verleden.
Het was de eerste keer na de bloemen dat ik hem weer zag. Ik wist me geen houding te geven, kreeg al rode wangetjes als ik bedacht dat ik wat tegen hem moest zeggen erover.
Na alle plechtigheden bood hij aan om me naar huis te brengen, hij had een auto, rijbewijs, en werk. Hij was best cool. Een beetje vreemd, maar wel cool. Met de zenuwen stapte ik bij hem in. Onderweg kwamen de bloemen ter sprake, en hoe hij van mij ondersteboven was..al tijden. Ik was nog steeds heel verlegen. Ik vond hem ook ‘wel leuk’. Ik werd verrast door de liefde die hij al die tijd voor me had gekoesterd. Ik zag een zachte kant die ik nog niet eerder van hem zag. Ik was om, voor de deur van mijn ouderlijk huis werd ik vol op de mond gekust. Een zwerm vlinders vloog vol enthousiasme door mijn buik. Overrompeld zwaaide ik hem na, en zweefde naar binnen om te beseffen dat we nu een ‘setje’ waren. Om vervolgens meteen mijn beste vriendin te bellen, naar haar toe te scheuren op m’n fietsje en op haar slaapkamer hysterisch verslag te doen van de gebeurtenissen van het afgelopen uur. Schaterlachend gooiden we een cd van ABBA in haar stereo en ‘When I kissed the teacher’ schalde door de kamer.
Dat was 1999.
Whàt?!
Ja…’99. Toen deze muts nog een frutsemutsje was. De weken, jaren, erna gingen Remco en ik een paar keer ‘daten’ en samen stappen. Liet hij mij van alles zien. Werd ik stap- en feestmaatje, klusvrouw, mini-Cooper mechaniker en minder verlegen. Riep ik thuis tussen zijn 4 broers ook ineens “hou je bek!”.
Toen wilden we bij elkaar logeren, daarna liefst half bij elkaar wonen. Soms tot ergernis van onze ouders, van wie wij het huis geregeld als hotel gebruikten, volgens hen.
Het werd tijd voor een eigen plek. Een huis werd gekocht en van binnen rukten we alles eruit. Dit werd ons paleisje. Wat een bende en stof hebben we moeten doorstaan, maar eigenlijk ging ons dat prima af. We zijn een gewoon een geolied klusteam.
De meeste prachtige dag in mijn herinnering is onze trouwdag, die perfecte dag dat we beloofden om voor de rest van ons leven bij elkaar te blijven, om ook nog maar niet te beginnen over de meest romantische manier waarop je dit aan mij vroeg. Wat een droomverhaal is dat toch.
Als bekroning op onze liefde kregen we ook nog die twee prachtige jongetjes van ons. Leerde ik je kennen als vader. Als drukke werkende papa, als verzorgende vader, als zachtaardige knuffelende vader, maar ook streng en rechtvaardig en soms een echte softie. Alles en meer wat ik van jou verwachtte. Toen we opeens allebei geen werk meer hadden dacht ik dat het misschien wel mis zou gaan, dat we teveel op elkaars lip zouden zitten, dat er ergernissen zouden ontstaan.
Maar wat deden we? We gaven een positieve draai aan de situatie en creëerden een kans uit duizenden, om deze vervolgens te pakken.

En nu, nu zitten we hier op een tropisch eiland, en voel ik me thuis omdat jij er bent. Heb ik geleerd dat ik me overal wel thuis kan voelen zolang jij en de jongens bij me zijn. Genieten we samen van de natuur, levensstijl, de warmte, de zon en de zee. Ga je mee naar het strand omdat ík het zo leuk vind. Ook al haat je zand en zout water. Offer je je op om dingen te regelen, omdat ik het zo eng vind. Sta je soms uren in de rij, omdat ik er geen geduld voor heb. Kook je de lekkerste gerechten voor me, omdat het niet mijn hobby is, en wel de jouwe. Ga je in je weekend ook nog boodschappen doen, omdat ik daar zo’n hekel aan heb. Hoef ik me niet druk te maken als er iets kapot gaat, want 9 van de 10 keer weet jij hoe het gemaakt kan worden met je eindeloze kennis over vanálles en nog wat. Maak je je eeuwig druk over me, of ik alles nog wel leuk vind, of ik mezelf nog wel leuk vind, en wat je daar eventueel allemaal aan zou kunnen doen. Lucky, lucky me.

En ohh grmbll, wat heb ik soms een hekel aan je grote mond, je rare fratsen, je weggedrag, bewijsdrang of botheid. En wat kan jij je ergeren aan mijn passieve gedrag, irritante correctheid, onverschilligheid, bel-fobie, of ontlopen van confrontaties.
Maar wat vullen we elkaar goed aan hè. Jij bent het pepertje in mijn kont en ik het ijsblokje op jouw temperament.

16 years and keep on counting, they lived happily ever after.

Love you, Tikkel van me. (hard on the outside, soft on the inside)

Dikke zoen van jouw bonbonnetje. ( een chocolaatje met verrassende vullingen)

 

 

Fitspiratie


Ik schreef in mijn vorige blog dat ik vind dat ik oud word. En bij oud hoort ook een beetje ‘papperig’ ‘vetrolletjes’ en ‘hangend vel’. Slaat natuurlijk nergens op, zeggen mensen die me kennen. “Je hebt een hartstikke mooi figuur, vet..waar?!” Dat hoor ik vaker. (Nou, op m’n ass)
Toen we hier net kwamen wonen viel ik zomaar een paar kilo af. Ik zweette me kapot, had het bloedheet, veel te druk met werken, stressen en dronk liters water. Door de warmte weinig eetlust. De altijd blijven hangende babykilootjes vlogen eraf! En dat is fijn in een land waar je geen verhullende vestjes, sjaals, lekkere oversized truien kunt dragen. Eerder loop je hier in rokjes, korte broeken, en vaak in bikini. Zo’n bikinibody is dus geen overbodige luxe.
Maar zoals me in mijn heel slanke wen-periode al werd verteld, je eetlust komt terug, je drinkt niet meer zo heel veel water, je ontdekt krioyo-eten, bolo, pastechi, goedkope McFlurry’s, zoete cocktails en patsboem. Je billen en buikje zijn weer terug.
Als ik dan met mijn vetrolletjes en putjesbillen op het strand lig, komen die jonge meisjes voorbij. En dan gniffel ik zachtjes “wacht maar tot ze kinderen krijgt”. Maar ook vrouwen met een stuk of wat kinderen aan de hand, waarvan ik me afvraag of ze écht in die blokjesbuik van haar hebben gezeten?
Ach, ook vrouwen die gewoon mooie rondingen hebben, een rolletje hier of daar, volle billen. Ik vind het bij anderen wél mooi, alleen bij mij ziet het er meteen weer zo zwabberig uit.

En dan… Dan wil ik dat ook. Dan mogen die zwabberbillen (ook al zijn die hier best onderdeel van het schoonheidsideaal, maar niet voor mij) echt wel wat minder, en dat vet rond de navel ook, gewoon zodat ik weer in die nét te strakke skinny pas zonder dat ik die aan het eind van een werkdag al liggende van me af moet laten stropen.

Op Facebook word ik tegenwoordig doodgegooid met posts als ‘powerfood’ ‘green happiness’ ‘smoothieheaven’ ‘suikerloos’ ‘voedselzandloper’ etc.
Ik lees ze allemaal gretig door, en dan denk ik ja! Ik ga ook zo gezond leven. Ik ga ook brownies maken van dadels en cacao. Die suiker, dat vet, dat kan echt niet meer!
Ik ga helemaal ‘Rens Kroes’…’zonder pakjes en zakjes’. Ik koop enthousiast 3 zakken havermout, dadels, spinazie, quinoa en ander gezond grut. En er volgen welgeteld 3 dagen van gezonde snacks, uitgebalanceerde diners en stevige vezelrijke ontbijtjes. Ieder item zet ik natuurlijk zorgvuldig op de foto en post ik trots op Instagram en Facebook. Kijk mij eens gezond bezig zijn hier!

Tja…en dan na drie dagen, zak ik langzaam weer in mijn oude gewoontes. Grijp ik tóch een koekje, snaai ik vlug een paar m&m’s uit een zakje. Komen de banaan-havermoutkoekjes en dadelbrownies even mijn neus uit. Dan heb ik “geen tijd” om zo uitgebreid te koken of van die rare ingrediënten te kopen voor dat verantwoorde gerecht. Of ze hébben dat hier op dit gekke eiland helemaal niet.

Yep..kwak ik tóch weer zo’n Honig spaghettisaus zakje en een halve liter water in mijn pan. Maar daar maak ik geen foto van.
Wat een illusie.

En dan zit ik met mijn zak chips op schoot ’s avonds weer die walgelijke posts van healthymommy en fitmom en green happiness te bekijken. Of komen er van die runkeeper-achtige activiteiten op de tijdlijn voorbij. Gatver, wat een rotmensen. Overdreven zeg, dat gesport en dat hippe eten allemaal. Echt weer zo’n hype. Weet je dat ik las dat sommige kinderen ondervoed zijn door die onzin van de media en hun makke volgende moeders?!
Dus… Een portie friet speciaal graag, veel mayo.. en een diepvriespizza.

Ik verzin smoesjes, waarom ik niet kan sporten, gezond eten, waarom ik mijn 30-day ab challenge niet af maak.
Wat me vooral schijnt te ‘nekken’, is de tijd ervoor. Een klassieker.
Ik, parttime werkende moeder van 2. Eentje gaat naar school, jamaar…de ander. Die heb ik altijd thuis. Op maandag en dinsdag heb ik vrij, maar ik kan niet naar de sportschool, want tja..hij kan niet mee. En thuis dan? Nee thuis kan ook niet want dan ben ik druk met hem. Treinbanen bouwen, boekjes lezen, autoracebanen maken, een luchtfort. En, ik moet boodschappen doen. En koffiedrinken (ijskoffie-300kcal per beker) met een vriendin. Mijn kleinste laten socializen. Ook heel belangrijk. Oh, en vergeet de was niet, die moet ik altijd in de kasten leggen. Voor de rest van het huishouden heb ik hulp. En ik moet ook veel internetten. Series terugkijken, kijken wat andere mensen allemaal doen, bloggen, workouts, gezonde receptjes pinnen enzo. Je ziet het, érg druk allemaal.

Dan hebben we nog:
Tsja…de temperatuur hè..Het is ook echt te warm hoor, om wat te doen. Weet je wel dat het hier overdag minimaal 30 graden is?
Hmmm. Dat zwembad in de tuin? Die waar je baantjes in kan trekken tot je een ons weegt. Lekker verkoelend. Dat? Nou..dat deed ik al hoor. Drie dagen lang. Maarja.. overdag heb ik niet altijd tijd, en ’s avonds is het weer zo koud.

Waarom dan niet weer beginnen met joggen ofzo? Tsja….dan weer de veiligheid hè..’S avonds, als de kids op bed liggen, en het is lekker koel en zou ik wel een 5K kunnen opbouwen, gezellig met Evy? Jamaar…het is hier niet veilig. Ik ga niet in de schemering hier in de buurt alleen rondrennen, want iets verderop zijn lijken gevonden met een nekschot, worden overvallen gepleegd en zijn er steekpartijen.

Maar…een minuutje of 10 rijden en je bent bij een sportcomplex waar meerdere mensen joggen. Ga je toch daar? Jaaa, maar dat is weer rijden, en dan kost het weer tijd, en dat heb ik toch niet!?

Oh, én..
Tsja..zo duur.. Ik zou me aan kunnen melden op een sportschool, of met collega’s Zumba, beachtennis, legio mogelijkheden. Jamaar…daar heb ik geen geld voor. Zo’n abonnement kost toch weer guldens, en dat geven we maar beter uit aan dingen die echt belangrijk zijn.

Jullie horen het al, bullshit hè. Ik ben gewoon een luie donder aan het worden, eentje die iets niet vol kan houden. En wat ben ik jaloers op ‘healthymommy’ en ‘fitmom’ die dat wel konden,en nog steeds doen. Of die mensen die echt vanálles naar binnen stoppen en niks aankomen. Met zo’n super-metabolisme. Evenals die rottige strakke moeders in hun mooie bikini’s hier op het strand. En daarom vind ik ze niet altijd leuk. Te hip, te happy. Te jaloers.

Maar, toen ik afgelopen week weer eens een halve dag lag te Pinteresten, -met een koekje on the side- kreeg ik wederom nieuwe ‘fitspiratie’. Ik ben nu de gezonde moeders gaan ‘volgen’ en ik pinde wat workouts die thuis te doen zijn. Ik ben alweer een paar dagen aan het zwemmen, ik drink warm citroenwater, en ik ga gezonde boodschappen doen. Ik las 5 tips om niet in je oude patroon te vervallen. Ik drink meer water, ik zit op dag 9 (hier hang ik dan wel al twee dagen..potver) van mijn ab, butt, en thigh challenge. En dit keer gaan we ervoor. Misschien wel…. ácht dagen lang! Zucht..

Hoe doén jullie dat toch, Rens, fitmom, en healthymommy?

5 filters

Vakantie, beetje Facebooken en internetten.
Ik scroll voorbij m’n neefje, die ooit een baby’tje was. Nu studerend, met een motorrijbewijs. Zijn laatste profielfoto was er een met een bebaarde knappe jongeman. Mensen die overleden zijn, en waar je dan over spreekt. “Och, dat is ook alweer … jaar geleden hè”.
Huh? Dat was toch nog maar net gebeurd?
Mijn ouders, die met pensioen zijn. Mijn nichtje die stapfoto’s en foto’s met haar nieuwe vriendje post.
Een kennis, over wiens zoontje ik sprak met een vriendin, hij blijkt ook alweer 14 jaar te zijn.
14 jaar?! De laatste keer dat ik het kind zag was hij een jaar of 5.

-Waar zijn die 9 jaar gebleven-?!

Of, m’n jongste baby, die vorige week naast de wc toen ik hem wilde optillen, -helpen- opeens zei: “nee hoor mama, ik ga wel eefe staan plasse”.
En ja, op zijn teentjes ging het minislurfje over de wc-rand en hup.
Mijn kleine kleuter, die alweer naar groep 2 gaat, zwemt zonder bandjes en de meest uitgebreide gesprekken voert.
Het was toch nog maar een jaartje geleden dat ze hulpeloos friemelend in mijn armen lagen te pruttelen?

En dan heb je zo’n dag waarop je denkt: “waar blijft de freakin’ tijd..”
Lekker dramatisch, ik weet het.
Maar toch merk ik het. Ga ik wat oude foto’s bekijken, denk ik dat ik niet zoveel veranderd ben. Maar goh, die blik van 7 jaar geleden was toch serieus iets ‘frisser’. En, zie ik nu echt rimpels in de spiegel die niet weg gaan..zelfs wanneer ik mijn wenkbrauwen helemaal omhoog trek? Die er gewoon permanent zitten? Ga ik nu ook bij de Olaz en Vichy-club? Tssss. (Reken maar dat ik het stiekem probeer, of het helpt.)
Het komt ook vast door de zon hier op Curaçao. Dat ik veel knijp met mijn ogen, en vandaar.
Of..ja..ik word gewoon ouder. En dan heb je zo’n dag dat dat opeens heel erg opvalt. Mijn gewrichtsklachten van de mug doen dan ook ineens weer mee, zodat ik ’s morgens uit bed moet strompelen, om even wat extra drama in zo’n dag te gooien.
En dan ben ik nog niet eens 50, of oma geworden. Help.

Maar goed, wat zeur ik nou. Ik gooi vijf leuke filters over mijn profielfoto, en ik ben weer net zo fris als 7 jaar geleden!